De betekenis van “De Vrucht der Lippen” in het werk van Rosenstock-Huessy – Otto Kroesen
In deze tekst geef ik de hoofdlijnen weer van “De Vrucht der Lippen” en situeer ik dit werkje van Rosenstock van slechts honderd bladzijden in het geheel van het werk van Rosenstock-Huessy. Voor goed begrip leze men deze tekst zelf in zijn geheel. Maar een korte samenvatting kan ook dienen als leeswijzer. Bovendien dient het als inleiding op mijn eigen reflecties op de tegenwoordige interpretatie van de evangeliën en de heilsgeschiedenis.
De visie van Rosenstock-Huessy is gegeven met het feit dat Christus het centrum is van de wereldgeschiedenis. Hij is het omslagpunt van een levenswijze waar in het uiteindelijk gaat om zelfbevestiging en continuïteit van wat eigen is, naar een levenswijze die de prioriteit stelt bij het appel van de Ander en een bestaan als antwoord daarop. Dat wil niet zeggen dat er na Christus geen strijd en zelfbevestiging meer is. Maar het heeft zijn rechtvaardiging en legitimiteit verloren, en daarmee zijn vanzelfsprekendheid. Onder woorden gebracht in de taal van Rosenstock-Huessy: onze ziel is al aan de overkant, aan de kant van de voleinding. Wij weten dat het die kant uit moet. Ons hart weet dat. De ik die ik ben heeft daardoor zijn innerlijk centrum verloren, het vindt alleen zijn rechtvaardiging als ego in het dragen van verantwoordelijkheid zoals in de uitdrukking “Hier ben ik!” Het woord ik zou ook afkomstig zijn van het Franse “ici”, althans daar mee dezelfde etymologie hebben, zoals in “me voici”. Het rotsvaste ik houdt dus op een zelfbetrokken ego te zijn maar wordt een knooppunt en kruispunt: er wordt een aanspraak op “mij” gericht, en ik antwoord als stem tussen meerdere stemmen.
Het verhaal van deze omslag wordt gegeven in de vier evangeliën. Die zijn geen theorie, dat wil Rosenstock-Huessy benadrukken door de evangeliën “De Vrucht der Lippen” te noemen. Hieronder vat ik een aantal belangrijke thema’s uit dat boek samen als achtergrond van mijn eigen studies in de evangeliën. De tekst die ik volg is afkomstig van de Engelse versie van het boek “The Fruit of Our Lips”, naar de tekst van Raymond Huessy, dat wil zeggen de tekst die stamt uit 1954 en die later uitgebreid is ter gelegenheid van verschillende publicaties – zie Rosenstock-Huessy, E., 2021. The Fruit of Our Lips – The Transformation of God’s Word into the Speech of Mankind, Eugen Rosenstock-Huessy, Ed. Raymond Huessy Wipf & Stock, Eugene, Oregon. De nummers die in de tekst hieronder af en toe opduiken verwijzen naar de bladzijden in dit boek.
Van zelfbevestiging naar prioriteit van het Appel: het is na de Tweede Wereldoorlog vooral de filosoof Levinas geweest die deze omslag gearticuleerd heeft. Levinas wil echter, juist ook vanwege de Tweede Wereldoorlog niet vertrouwen op de geschiedenis als leermeester. Dat vertrouwen is geschokt door de loop van de geschiedenis. Impliciet gebeurt dat natuurlijk wel: ook zijn denken is gevormd, juist ook door de crisis van de Tweede Wereldoorlog en de moord op 6 miljoen Joden. Rosenstock-Huessy is meer historicus en echte gebeurtenissen hebben altijd te maken met een nieuwe taal en wijze van ervaren. De omslag die Levinas filosofisch denkend onder woorden brengt heeft voor Rosenstock-Huessy reeds 2000 jaar geleden plaatsgevonden, op Golgotha.
Daar komt aan alle vormen van zelfbevestiging een einde. Men neme daarbij in acht dat in de oudheid zelfbevestiging hetzelfde betekent als participatie in een van de vier elkaar uitsluitende belangrijkste cultuurstromen van de oudheid. De stam is de eerste samenlevingsvorm van de mensheid. De stam leeft uit het verleden op het gezag van de voorouders. De rijkscultuur moet onderscheiden worden van de stam, omdat nu een centraal gezag heerst over een groter gebied, zoals in Egypte, Babel en Rome. Israël daarentegen leeft niet uit het verleden zoals de stam, en niet in een eeuwig cyclisch heden zoals het Rijk, maar leeft uit de toekomst: de gerechtigheid moet nog komen. Het Griekse theater en de Griekse theorie leven in een eeuwige binnenruimte van verhalen, schoonheid en verwondering. Eigenlijk leven deze vier traditiestromen in hun eigen “wereld”. Zij kunnen geen begrip voor elkaar opbrengen, alleen elkaar afwijzen. Hoe zou men dat ook kunnen als zelfbevestiging en voortzetting van de ingezette koers de heersende norm is? Ik weet dat menigeen zich eraan zal storen dat ook de bijdrage van Israël hier gerubriceerd wordt onder het hoofdje “zelfbevestiging”, maar in het toenmalige tijdsgewricht werd de wet van Mozes met zijn 613 geboden een onneembare omheining om Israël heen. Dat maakte het ook Israël onmogelijk aan de andere drie cultuurstromen een heilshistorische betekenis toe te kennen.
In het Romeinse Rijk leefden de vier traditiestromen zoals genoemd wel door elkaar, maar geestelijk gescheiden van elkaar. Men kan niet met overtuiging zowel bij de stam als bij het rijk horen. Men kon er slechts uiterlijke compromissen mee sluiten, zodat mensen tenslotte in verschillende werelden leefden. Alleen de plaatsbekleding in de zin van zijn-voor-de-ander, de liefde, de Agape, waarbij men er zelf op overschiet, kon hier verandering brengen. Dat is wat Jezus Christus volbracht heeft.
1. Waarin bestaat het christelijke tijdperk?
Wat is de betekenis van het christelijke tijdperk? Volgens velen is er helemaal geen christelijk tijdperk. En als het er al was, dan is het nu voorbij. Wij leven of in het moment, dat wil zeggen alleen in onze eigen tijd, of wij claimen de eeuwigheid. Dat is zo tot in de theologie. De opeenvolging van historische tijdperken is dan slechts willekeurig. Echter, de vertaling van het woord aionios met eeuwig, dat wil zeggen “voor altijd”, is duidelijk fout. Aionios betekent tijdperk. Ook de “eeuwige” straf in de hel (aionios) is tijdelijk, zo Rosenstock-Huessy.
Het is voor een mens onmogelijk alleen maar te bestaan van het laatste nieuws. Hoe kun je de willekeurige opeenvolging van de tijden te boven komen? Hoe kan ik mij verbinden met tijden voor mij en tijden na mij? De vraag is nog meer existentieel: hoe te ontkomen aan de ondergang waar mijn eigen tijdperk op afstevent? Er is een vlot, zo Rosenstock-Huessy, dat ons door de afgronden van de stroom der tijden heen draagt. Heidendom is opgaan in je eigen tijd. Het christelijke tijdperk verbindt de tijd voor mij en de tijd na mij met mijn tijd. De evangeliën zijn als stenen in het water zodat ik springend van steen tot steen de overkant kan bereiken en een nieuw tijdperk betreden. Het zijn evenzovele stations in de incarnatie van het christelijke tijdperk. De gebeurtenissen van het evangelie geven ons de stem die noodzakelijk is om verder en opnieuw vrucht te dragen.
De vier cultuurvormen van de oudheid zijn verenigd en overwonnen in hun eenzijdigheid in Jezus. Die vier cultuurstromen zijn de stam – die leeft van de voorouders, het verleden; de rijkscultuur – die leeft in een cyclische tijdsbeleving, de landbouwkalender; Israël – Israël zet alle kaarten op de toekomst van de komende gerechtigheid; Griekenland – theorie en theater nemen en beschouwelijke houding aan. Deze vier eenzijdigheden zijn samengebracht door Jezus. Daarom is hij de Christus. Christus is de vrucht van de lippen van de oudheid.
Hij nam de zonden van de oudheid op zich. Dat betekent dat het ritueel van de stammen, de tempels van de hemelrijken, de poëzie die de natuur lof zingt, de Messiaanse psalmen, niet meer eindigen in isolatie van elkaar. Geïsoleerd van elkaar worden het doodlopende wegen, samengebracht in Christus worden ze vernieuwd door het juiste onderlinge ritme te vinden en de verworvenheden van de ander als een bijdrage aan het heil te ervaren.
Hun rijkdom had hij in zijn handen, hart en ziel. Maar met al die rijkdom was de oudheid op een doodlopende weg. Zijn werkelijke leven ging altijd verder dan zijn sociale rol. Geïsoleerd in de vier cultuurvormen van de oudheid was het niet mogelijk buiten je rol binnen een van die cultuurvormen te treden. Hij ging ze te buiten. Dit excess is een goede definitie van de “mens” in het christelijke tijdperk. Hij was:
Kind van de voorvaderen van de stammen.
Kind van de tijden van de hemelrijken.
Kind van de natuur in Griekenland.
Kind van de revolutie in Israël.
Om deze vier cultuurstromen goed te verstaan moet men de Soziologie van de Rosenstock-Huessy lezen. In dit werk beschrijft hij de geschiedenis van deze vier cultuurstromen tot op Christus alsmede hun met elkaar verbonden veranderingsproces in de westerse geschiedenis na Christus. Alle vier cultuurstromen hebben een nieuwe taal gesticht, een nieuw menstype geproduceerd, nieuwe eigenschappen verworven. Doordat deze vier cultuurstromen bij Christus leren “voor-de-ander” te bestaan kunnen zijn voor elkaar open gaan en elkaar ondersteunen in plaats van elkaar uit te sluiten. Een gemakkelijk veranderingsproces is dat niet, omdat tegengestelde rechtsordes en verworvenheden ingezet moeten worden voor gemeenschappelijk heil. Dat lukt alleen in een moeizaam proces van vallen en opstaan. Het is het proces van de schepping van de mens. Omdat dit proces verbonden is met de taal, heeft Rosenstock-Huessy aan zijn taalfilosofie “Die Sprache des Menschengeschlechts” aan het eind deze tekst over de vrucht der lippen meegegeven. Deze tekst, beter, Jezus Christus zelf, is hoeksteen en sluitsteen van zijn visie.
De 19e eeuw concentreerde zich op het leven van Jezus onder afzien van deze verbindingen. Biografieën kwamen in die tijd in de mode. Dat is tegenovergesteld aan de christelijke traditie, voor zover mensen daardoor worden opgesloten in hun eigen tijd. Anderzijds spreken wij niet meer de talen en het jargon van Grieken, Egyptenaren, stammen en Joden. Wij kijken daar doorheen. Het is slechts een deel van ons. Dat is reeds dankzij de werking van het christelijke tijdperk. Als een mens eenmaal de liefde ontdekt, ontdekt hij ook het tijdcontinuüm van de liefde. In verschillende tijden kan de liefde verschillende gestalten aannemen. Vanuit de liefde kan de mens de geheimen verstaan van bloemen en sterren, van eigen identiteit, en de overtuiging dat alle schepselen uiteindelijk verstaanbaar zijn voor elkaar.
2. Het hart en de lippen
De komst van Jezus Christus 2000 jaar geleden in Palestina staat niet op zich. Heel de geschiedenis van het menselijk geslacht heeft eraan deelgenomen. Wij als mensen zijn de vrucht van de lippen van voorgaande generaties en onze lippen zullen op hun beurt vrucht dragen in de volgende generatie. Heel het menselijk geslacht nam deel in het voortbrengen van deze mens, Jezus Christus, voor zover zij met vrucht gesproken hadden, met gevolgen, met commitment, met continuïteit. Door het kruis is de weg terug naar de vier cultuurstromen van de oudheid in hun afzondering geblokkeerd. Er is meerstemmigheid gekomen en er is een proces op gang gekomen van vertalen van de ene stem in de andere.
Tot de lippen van Jezus hebben wij geen directe toegang. De evangeliën zijn de lippen van Jezus. Zij geven stem en betekenis aan zijn dood. Van ons wordt verwacht dat wij de vrucht zijn van deze lippen. De evangeliën kunnen bij de kruisiging alleen maar de lippen van het Woord zijn als zij beschikken over alle krachten en machten van de voorchristelijke taal en daarmee tegelijkertijd een stap verder gaan voorbij alles wat ooit eerder is gezegd. Zo moeten we ze lezen.
Dit wordt ongedaan gemaakt als de evangeliën louter tot bronnenmateriaal gemaakt worden, waarbij bovendien drie tot elkaar gereduceerd worden of gereduceerd worden tot een Q bron en tegelijkertijd het vierde evangelie buitenspel wordt gezet door dat te verplaatsen naar de tweede eeuw. “Wij zullen nooit een “historische” Jezus vinden achter zogenaamd “materiaal”” (202). In het zogenaamde wetenschappelijk onderzoek is er veel behoefte om bestaande opvattingen tegen te spreken. Men moet altijd iets nieuws bedenken. Tegenspraak alleen echter leidt niet tot een positief resultaat. Men kan wel afwijzen dat bijvoorbeeld Johannes door Johannes geschreven is, maar de afgewezen stelling kan niet door louter speculatie vervangen worden door een betere. Dat is wel wat er gebeurd is in de Bijbelse kritiek. Als onze traditie fout is hebben we simpelweg een foute traditie en daar laat zich niet een positief verhaal van maken.
Elke tijd heeft zijn eigen tijdgeest. Hoe kun je die verschillende tijdgeesten bij elkaar brengen? Jezus deed dat door de macht van de Heilige Geest. Paulus heeft die nieuwe macht van de Heilige Geest op een kolossale manier toegepast. De Heilige Geest laat de tijdgeesten zien als slechts afsplitsingen van de Geest, die tot grotere heelheid gebracht moeten worden. In die zin is het denken niet vrij. Men kan weliswaar vrij denken en kritiseren, en geloven in het natuurlijke verstand van de mens, maar men kan dat alleen maar doen als de vrede al gevestigd is samen met de instituties die die vrede mogelijk maken. Dat betekent dat de denkende criticus de eenheid en continuïteit van het spreken door de eeuwen heen tussen alle menselijke groepen moet handhaven, en zich niet buiten deze stroom van taal kan plaatsen. Wetenschap kan niet bestaan zonder vrede. – Met andere woorden: men is eerst vrucht van lippen en moet eerst vrucht dragen in de volgende generatie, voordat er überhaupt iets als vrijheid van denken mogelijk is. Chaos en oorlog dreigt als deze continuïteit van overtuigd vrede stichten onderbroken werd. Twee wereldoorlogen hebben ons teruggeworpen in een voor-christelijke en voor-homerische en voor-mozaïsche wereld. Taal is een continuüm.
3. De taal van de evangeliën
De evangelisten hebben gesteld dat er met het continuüm van de taal in hun tijd iets gebeurd is. Hun schrijven weerspiegelt deze verandering. Daarom is het van belang aan te geven waar de toenmalige manier van schrijven door hun inbreng om zo te zeggen chemisch van samenstelling veranderd is. “Alleen als het intellect het proces door middel waarvan het intellect zelf tot waarheid geraakt, kan zien als het zelfde proces dat zich voltrekt in de vier evangeliën, kan de menselijke geest terugkomen op zijn beschuldiging dat het christendom zo dood is als een dodo en nooit meer was dan een heilzame of verwerpelijke mythe” (208).
In de oudheid is een bepaalde school of een bepaald boek gesloten voor anderen. Verschillende waarheden zijn ontoegankelijk voor elkaar. Zij kennen alleen hun eigen gelijk. De evangeliën daarentegen antwoorden op elkaar. Er is steeds grotere vrijmoedigheid. Johannes moet wel net zo “jongensachtig vrolijk” geweest zijn als zijn meester. Maar Mattheus spreekt waardig, ernstig en is voorzichtig. Marcus spreekt onder het gezag van Petrus en Lucas is weer vrijer. Johannes is het meest vrijmoedig.
Voor Johannes is Jeruzalem deel van de wereld in duisternis. Jeruzalem was dan ook van de kaart geveegd toen hij schreef, aldus Rosenstock-Huessy. Hij leeft wel in een nieuwe opkomende wereld. Mattheus daarentegen moest strijd voeren. Hij kon nauwelijks hopen nog in vrede in Jeruzalem te wonen na het schrijven van zijn evangelie.
Toen Mattheus schreef was er nog geen nieuw testament. Door zijn evangelie veranderde hij de Bijbel van zijn dagen in een oud testament. Voor zijn lezers was dit een constateerbaar feit. Aan Mattheus zelf werd dit enkel bewust na het schrijven van zijn evangelie. Mattheus begint als jood en eindigt als niet-jood. Mattheus begint met Israël en met Jezus als de Zoon van David. Aan het einde voert zijn eigen welsprekendheid hem uit de joodse wereld weg. Door de woorden aan het slot van Mattheus, dat Jezus bij hen zal blijven tot aan het einde van de wereld krijgt het korte leven van Jezus plotseling een momentum dat ver boven het korte leven van Jezus op aarde uitgaat. Deze ene zin durft over de toekomst te spreken als gescheiden van de joodse Bijbel.
Petrus heeft ervoor gezorgd dat de eerbiedwaardige behandeling van Petrus in het evangelie van Marcus voorkomen werd door hem in zijn zwakheid en falen te tonen.
In Lucas wordt Christus verdeeld over twee perioden. Waar Paulus tenslotte is, in Rome, daar is nu ook de tempel, tot Lucas’ eigen verbazing. Het einde te beschrijven van Paulus aan het eind van Handelingen zou de erkenning teniet gedaan hebben van de Heilige Geest als “nog eens Christus”. Het zou aan Paulus’ eigen leven te veel gewicht gegeven hebben.
Een christen in de eerste eeuw werd in een nieuwe manier van leven geïntroduceerd, op weg, en aan zo iemand werden de dingen verteld die noodzakelijk waren om zelf een missionaris te worden, onderweg naar een getuige, een begeleider, misschien een martelaar. Het is een geweldig feit dat het werd toegestaan dat iets dat geschreven was als evangelie überhaupt de status van waarheid kon krijgen.
4. Inkt en bloed
Het is niet vanzelfsprekend geweest dat er überhaupt iets werd opgeschreven. Jezus Christus geloven stond immers in tegenstelling tot het geschreven woord, de verstarde letter van de wet. Met schrijven gaat het mis. Dat eindigt met dode letters. Pas onder de impact van de steniging van Stefanus heeft wellicht Mattheus durven schrijven. “We moeten pas spreken en schrijven en denken en onderwijzen en getuigen wanneer wij en onze geest zouden desintegreren als we het niet deden. We spreken om niet gek te worden. Een nieuwe stijl van schrijven zal niet geschapen kunnen worden tenzij onder uitzonderlijke druk”(215).
Lucas maakte zichzelf met zijn belangrijke uitdrukking “de dienaren van het woord” tot dienaar van de Geest van twee perioden. De heilige Geest is heilig omdat die macht heeft over verschillende mode-stijlen in verschillende tijden. Elke generatie heeft zijn eigen genius. De dienaren van het Woord zijn dus dienaren van het telkens weer vertaalde woord. Zonder dat vertalen worden de geesten van de verschillende tijden tot demonen. Hoe voort te gaan van genius tot genius en toch in een Geest is ook onze vraag.
Dat werpt licht op de stap die Marcus’ evangelie vervolgens zet. Petrus had de leiding over de schapen. Als zodanig zou het niet goed zijn als hij te veel een gelijke van Jezus zou worden. Daarom zorgt hij ervoor dat in Marcus de uniciteit van de “Zoon van God” voor altijd vastgesteld wordt. Daarom zorgt hij dat Marcus hem, Petrus, neerhaalt. De apostelen komen er allemaal slecht vanaf in Marcus, maar Petrus wel het meest. Zo heeft op zijn beurt Lucas er voor gezorgd dat in het verhaal van de twee discipelen aan wie de opgestane Christus onderweg naar Emmaus verscheen de naam van Petrus verzwegen wordt, terwijl Paulus later ronduit verklaart dat Petrus de eerste was die de opgestane Christus had gezien.
Johannes was een verwante geest met Jezus: “Natuurlijke verwantschap, schepsel-achtige affiniteit was de speciale kennisbron van Johannes; vergelijkbare bronnen van beter verstaan waren voor Petrus zijn ambt in de kerk, voor Mattheus zijn ervaring van gered te zijn, voor Lucas zijn verantwoordelijkheid voor de volgende generatie” (219). Een verwante geest begrijpt door sympathie en “verwantschap” in zijn ware betekenis, waar Jezus vandaan komt, uit welke diepe noodzaak, uit welke oorspronkelijke matrix. Johannes leefde met Jezus innerlijk mee in zijn eigen ziel. Zijn overwinning bestaat erin dat hij in de kleine gebeurtenissen van het leven van elke dag de kosmische betekenis van Christus zag in Jezus.
5. Ichthys
Johannes, ook al was hij een verwante geest, die dadelijk tot inzicht kwam, moest leren onderkennen dat het even noodzakelijk was trouw gehoorzaam te zijn aan de arbeidsdeling in de zichtbare wereld, waarin vooruitgang nu een keer heel langzaam gaat. Alle evangelisten hebben een dergelijke verandering moeten meemaken. Mattheus begint met de vaststelling dat Jezus de Koning der Joden was, maar aan het einde moet hij onderkennen dat hij, in hemelsnaam, niet langer een jood is. Marcus knielt voor Petrus maar moet tenslotte erkennen dat hij niet kan vertrouwen op Petrus, net zomin als een ander mens die zijn geloof belijdt. Daarmee kreeg hij een les over de eenheid van de kerk, want zij kan alleen een zijn als slechts een haar haar naam geeft. De verandering die met Lucas plaatsvindt is dat het oorspronkelijke drama van Jezus nu de matrix wordt waaruit alle gelovigen voortkomen.
De naam Ichthys “Jezus, Christus, Zoon van God, Redder”, in omgekeerde volgorde, geeft de betekenis van elk evangelie weer: Mattheus, Marcus, Lucas, Johannes. De wet van de historische ontwikkeling betekent dat wat het belangrijkste is in een gebeurtenis pas het laatste woord articuleert. Dat hij zondaren redt is het eerste dat gebeurt, bij Mattheus. De meest nabije aanraking met hem als met de persoon Jezus was het laatste, voor Johannes. Johannes geeft Jezus’ meest innerlijke gedachten weer.
Jezus interpreteerde de tekenen der tijden al een generatie eerder dan het jaar 70. Hij leefde gedurende een breuk in de tijd. Het geslachtregister van Mattheus en de rede van Stefanus in Handelingen wijzen allebei op die breuk in de tijd, die met Jezus komt. Hoe kon Jezus weten dat het Romeinse Rijk ten einde was? Hij voorvoelde het. Het Romeinse Rijk viel toen de Geest die het bezielde het had verlaten. Dat is een algemene wet, als mensen niet meer geloven in hun eigen zaak: Dan vallen koninkrijken.
De Griekse geest bewoog zich altijd voort via tegenstellingen. Men zocht altijd de oppositie. Met de evangeliën verandert dat. Nu is het “Ja misschien, maar zeker op een andere manier”. Deze nieuwe methode wordt mogelijk omdat hart en ziel van de verschillende denkers al een geworden waren voordat de discussie begon. “Hiervan hebben Stefanus, Mattheus, Lucas, het eerste perfecte voorbeeld gegeven dat ik ken” (226). Het beginnen van de christelijke tijdrekening heeft plaatsgevonden dankzij de gemeenschappelijke inspanning van Stefanus, Mattheus en Lucas.
6. Het einde geeft geboorte aan het begin
“De evangeliën geven geboorte aan elkaar” (226). Ze nemen het stokje van elkaar over:
Mattheus begint met “Zoon van David” en eindigt met “Zoon van God”
Marcus begint met “Zoon van God” en eindigt met “Dienaren van het Woord” (Marcus 16: 15)
Lucas begint met de dienaren van het Woord, en eindigt in de Handelingen met: de Joden hebben geen oren en ogen maar de heidenen zullen horen.
Johannes neemt dat laatste op: de wereld, de duisternis heeft hem niet aanvaard, maar zijn volgelingen heeft hij zijn heerlijkheid laten zien.
Ook eindigt het evangelie van Lucas met de macht van het evangelie en begint Johannes daarmee.
7. De afgoden: Kunst, Religie, Wetenschap, Goede Manieren
Mattheus ontdekt achter de cijfers en begrippen de macht van het woord van iemand op weg naar zijn dood.
Petrus, de boertige visserman komt in Rome met haar tempel-astrologie en verkondigt de ware tempel, het woord, met de hieroglyfen van die tempel, de dienaren van het Woord.
Lucas de Griekse arts die weet van de heelkunst heeft te maken met het nee van de Joden tegen de fysische wereld met hun angst voor contaminatie door idolen, en plaatst dat nee tussen de natuurlijke wet van joden zowel als heidenen aan de ene kant en het creatieve ja van de christenen. Wie het nee ondergaat in lijden en dood, geeft zonder zelfbevestiging aan het ja gestalte.
Johannes, de profeet van de openbaring komt in de Griekse kosmos en maakt hun kunst en poëzie vrij door Gods poëzie tot zijn thema te maken. God schrijft zijn gedicht.
Johannes is de Griekse wereld ingestuurd. Lucas is de joodse geestelijke wereld ingestuurd. Petrus is de Romeinse sterrenwereld ingestuurd, Marcus zelfs naar Egypte. Mattheus, de slecht gemanierde, ontdekte de prijs van alle ritueel. Johannes laat de innerlijke poëzie zien van elk mens die schrijft of spreekt. Dat is het woord dat vlees wordt, want dat is ook de drijvende kracht achter alle poëzie. Hij kon dat doen omdat hij als jood immuun was tegen teveel poëzie.
Als Griekse arts was Lucas immuun tegen teveel profetie, de joodse ontkenning van succes in de wereld. Als arts kent Lucas de genezende kracht van een beetje vergif. De Heilige Gods komt in de aderen van de samenleving en het kan zijn dat hij daar ondergaat, zoals Jezus, maar hij zal de samenleving genezen en herstellen. Jezus heeft dit proces geïnstitutionaliseerd waarmee mensen zich opofferen voor hun vijanden, voor een samenleving die gewelddadig tegen hen reageert.
De Griekse wereld kon gemakkelijk een mens vergoddelijken. Juist dat tegen te gaan is de missie van Israël. Hoe kunnen de Joden overtuigd worden dat de delicate scheidingslijn tussen mens en schepper, hemel en aarde, niet vernietigd wordt door het geloof in de incarnatie van Gods Zoon? Dat kon alleen door als mens eerst ruimte te geven aan Gods nee door de bereidheid om te lijden. Alleen in Lucas wordt het kruisverhoor van Jezus zo vormgegeven dat Jezus nooit zelf zegt “ik ben de Messias”. Bij Marcus is dat wel het geval. Op deze manier, door de mislukking te accepteren en de nederlaag, zoals de Christus van Lucas doet, bouwt het christendom de waarheid van het oude testament in in zichzelf. De gehate brenger van het goede nieuws wordt gestraft door de ontvangers. Daarmee wordt de wil van de boodschapper gezuiverd van teveel zelfbevestiging. Dat verandert de vervolgers.
Johannes, de Hebreeuwse profeet, is in staat de Griekse poëzie te verlossen. Lucas, een Griekse dokter kan Israels koppige ontkenningen weer vruchtbaar maken.
Een soortgelijke uitwisseling is er tussen Marcus en Mattheus en hun publiek.
Tegen de Zoon van de goden als centrum van het universum van wie harmonie en welvaart afhankelijk is, is het evangelie van Marcus geschreven. In de eschatologische rede van Marcus staat het beeld van de keizer, “de gruwel der verwoesting”, in het heilige der heiligen in de tempel. Dat staat ook wel bij Mattheus, maar bij Marcus krijgt deze eschatologische rede meer nadruk, temeer omdat het de enige rede is die hij heeft overgeleverd. In deze rede wordt beschreven hoe de zon verduisterd wordt en de maan zijn licht niet meer geeft en de sterren van de hemel vallen. Dat zijn de dreigingen die de spreuken van de farao, de hieroglyfen op de tempel, hadden uitgebannen. De kuur tegen deze sterrenmachten is discipelschap: mensen als levende bouwstenen moesten de plek innemen van de dode sterren aan de hemel. Jezus moest de plaats innemen van de zon. Aan de zijde van de discipelen is er onbegrip aan de ene kant en anderzijds verwachting. Zij begrijpen het niet. In Gethsemane slapen ze.
In het slot van Marcus staat dat de apostelen overal prediken en dat heer met hen werkte en aan hun woorden bevestiging gaf door de tekenen die hen volgden (Marcus 16: 15 – 20). Dat betekent dat de christelijke verkondigers de magie van de sterrenrijken zoals Rome of Egypte, vervingen door een riskant geloof in de werking van een woord dat gesproken werd vanuit de diepte van het hart omdat het alle goede geesten in de hoorders op een onvoorzienbare manier tevoorschijn zou roepen. Juist de heidenen probeerden te geloven dat de wereld geen hart heeft. Het noemen van heiligennamen maakt aan chaos en paniek een einde. De katholieke kerk heeft de tovenarij en magie van de tempels niet weggevaagd door er geen acht op te slaan maar door astrologie te vervangen door geloof in een geest van gemeenschap in discipelschap.
Jezus werd het hart van een levend universum door zijn geloof in een vrij gegeven antwoord. De sterrenmachten zijn voorbij, maar in de nacht waarin Jezus de mensen achterliet, konden de mensen zelf tot heldere sterren worden in afwachting van een volle en lichtere dag. De tweede brief van Petrus, 2: 19 verwijst daar naar: de Morgenster die oprijst in onze harten. De Morgenster is niet meer Sirius, de helderste ster van het zuidelijk halfrond, die in een bepaalde stand het stijgen van de Nijl aankondigde in Egypte. De Morgenster die leven geeft is de liefde en de gemeenschap die oprijst in onze harten. Zo werden de dienaren van het Woord tot de hieroglyfen van een nieuwe tempel.
Door vrijwillig slachtoffer te worden werd Jezus het eerste slachtoffer ter wereld dat spreekt. Zo stelt Mattheus voor. Slachtoffers, offers te brengen, dat is de kern van het ritueel, want zij alleen verlenen de groep belichaming en geven aan de groep een legitieme status als een publiek lichaam voorbij het graf, voorbij geboorte en dood. Het getuigt echter van slechte smaak als het slachtoffer, het rosbief, begint te spreken. En juist dat is wat volgens Mattheus gebeurt. Dat woord – slechte smaak – zal hij vaak tegen zich gehoord hebben. Dat Jezus als slachtoffer sprak maakt hem onmogelijk. In Jezus beginnen het brood en de wijn te spreken midden onder het diner. Dat getuigt van slechte smaak. Bloed te drinken maakte de Joden furieus. Maar juist op dat smakeloze is de kerk gebaseerd. Mattheus wist ervan dat het minder getuigde van goede smaak als slachtoffer te spreken, als ons brood en ons wijn, dan de rechtvaardige te veroordelen. Hij was immuun tegen de ziekte van de goede smaak en het goede gezelschap.
Ooit waren tafelmanieren de geboorteplaats geweest van de politieke orde. Vanaf het moment dat men elkaar het voedsel niet afhandig maakt, door de introductie van gemeenschappelijke maaltijden, wordt een nieuwe vrede gecreëerd. Daardoor werd ook de gastvrijheid en zelfs het recht van de vijand om met ons samen te eten geïntroduceerd. Want men wordt deel van een opeenvolging doorheen alle tijden.
Johannes sprak tot de volken die met kunst en wetenschappen vertrouwd waren.
Lucas sprak tot de grootste puriteinen van de oudheid.
Marcus sprak tot de beschaafde burgers van de tempelstaat.
Mattheus ging echter terug naar de meest archaïsche laag van alle samenleving, de tribale laag van het ritueel.
Vandaar dat Mattheus een versie van het evangelie gaf met het ritueel dat het meest universele en meest fundamentele kenmerk werd van de nieuwe manier van leven, de eucharistie. In de mis wordt elk lid uitgenodigd bereid te zijn geofferd te worden voor de verlossing en de vernieuwing van de wereld. De deelnemers zelf zijn het offer. De uitdrukking Lichaam van Christus met het hoofd in de Hemel betekent precies dit: wij, samen met ons hoofd stappen over naar de kant van de zwijgende slachtoffers.
De doodlopende wegen van het ritueel, de tempelcultus, Israël en Griekenland openden zich voor elkaar. Deze vier mensen, de evangelisten, konden dit volbrengen omdat ze immuun waren voor de specifieke spraak-ziekte die door hun boodschap overwonnen werd.
8. Het kruis van de Grammatica
Een woord kan zozeer waar zijn dat het de volgende spreker ertoe aanzet verder te spreken. “De evangeliën waren waar genoeg om de volgende spreker te dwingen verder te spreken boven het woord van de laatste spreker uit en verder dan dat” (247).
Mattheus wordt een nieuw tijdperk ingeslingerd, de kerk.
Marcus wordt geheel in beslag genomen door de opdracht van Petrus, maar hij heeft het dak van de gemeenschap boven zich.
Lucas vertelt. Hij bemiddelt naar de volgende generatie.
Johannes staat aan de bron bij een eeuwig begin. Hij blokkeert de weg terug, een terugval in de ritueel, in rijkscultuur, of poëzie of joodse ontkenning. Door Johannes wordt het kruis, waarin deze vier stromen van spreken bij elkaar komen tot het begin van iets nieuws, open voor de toekomst. Want het woord dat aan het begin staat wijst voorbij alle tijdelijke vormen.
De evangelisten hebben het kruis van de grammatica veranderd in de grammatica van het kruis. Één mens heeft door alle vier vormen van de grammatica heen geleefd: van imperatief tot “het is volbracht”.
Mattheus stond onder de imperatief: volg mij, een plotselinge order.
Marcus schreef voor en met de prins van de apostelen en stond in de gemeenschap van de twaalf apostelen, met een sterk lyrische toon.
Lucas was deel van het gevolg van Paulus en vertelt vanaf Kerstmis, als een verteller die het allemaal niet zelf heeft meegemaakt.
Aan Johannes is de indicativus abstractus: in het begin was het woord. Johannes maakt de particuliere ervaring van Israël en kerk tot algemene ervaring van heel de mensheid.
Dit was de grammatica van het kruis. En nu, na alle zoeken en tasten door de tijden heen, worden de tijdperken van al het groepsleven doorzichtig, als het kruis van de grammatica. Een mens heeft het nodig om geïnitieerd te worden in dit kruis van de grammatica en als dat niet gebeurt heeft spreken geen doel.
De gnostici scheidden het leven van een de schrijver en leraar of apostel van de inhoud van wat hij zegt. Gnostici treden het rijk van de ervaring niet binnen waarin de mens zelf vrucht der lippen wordt en op zijn beurt het hart van iemand anders’ lippen.
Daarom is het van belang dit kruis van de grammatica zichtbaar te maken in de symbolen van de verbeelding van onze eigen samenleving. De evangeliën zijn als het ware de wassen beelden van vier geesteshoudingen. Onze lichaamshoudingen drukken onze geesteshoudingen uit.
Mattheus staand en vechtend
Johannes als visionair liggend
Marcus zijn knie buigend naast Petrus
Lucas zittend aan zijn bureau
De meer traditionele symbolen voor de evangeliën spreken onze generatie niet meer aan: engel, leeuw, stier, arend.
Staan betekent onder order staan, in actie.
Knielen betekent geloof en vrede ontvangen dankzij een gemeenschap om zich heen
Zitten betekent instructie geven en vertellen.
Languit liggen betekent ontvankelijk te zijn als een kunstenaar, genius.
9. De vier apostelen
De evangeliën hebben een nieuw menstype, een nieuw mensenras in het leven geroepen. Zoiets is al te zien aan de vier evangelisten zelf.
Johannes is de enige die de val van het oude Israël heeft meegemaakt en hij kon/moest dus heel anders schrijven dan zijn voorgangers.
Jacobus, de broer van Johannes moet niet onderschat worden. Men kan vermoeden dat hij autoriteit had over het evangelie van Mattheus. Deze schreef onder diens ogen. Het begin van het christelijk tijdperk wordt in Mattheus 25:30-45 geproclameerd. Het is de tijd dat de underdog bovenkomt en gesteld wordt boven koningen, keizers en priesters. Mattheus heeft dit deel geplaatst tussen het leven van Jezus en het lijden. Men moet begrijpen dat het geschreven was onder de ogen van en met toestemming van de eerste opvolger van Jezus in een tijd dat de Joden nog steeds de eerste geadresseerden waren van het evangelie. De boodschap ervan is: Tel niet in koningen en priesters, maar meet de tijd in tranen gedroogd, pijn verlicht, en misbruiken weggenomen. Het is niet verwonderlijk dat deze nieuwe constitutie onacceptabel was, dat Johannes zijn leven verloor, dat Mattheus zijn volk verloor.
Het merkwaardige afscheid van alles wat Joods is in Marcus is het resultaat van de langzame emancipatie van Petrus zelf.
Paulus moest omgaan met het pluralisme en het esoterische van persoonlijke vroomheid. Zoals Petrus omgekeerd moest worden zo ook Paulus: hij moest zijn Griekse opvoeding herontdekken nu hij de nieuwe wet van de vrijheid gebaseerd op het vrijwillige offer van iemands eigen wil ontdekt had. Het eerste wat hij deed was immers vanuit Tarsis naar Jeruzalem gaan en juist dat moest niet. Zo kon de trinitarische weg van de ene God door Christus in de Geest het “hoor Israël” vervangen.
Jezus, Petrus en Paulus – Dit verwijst naar de drie talen bij het opschrift van het kruis: Hebreeuws, Latijn, Grieks. Lucas onderneemt het gigantische werk van Paulus’ strijd om de volledige zuiverheid van het joodse monotheïsme te vertalen in de trinitarische open weg de wereld in.
Johannes, de broer van Jacobus, de vriend van zijn heer, en medewerker van Petrus, beërft dat alles in zijn evangelie. Het tijdperk dat in het geheim geïnitieerd werd door de Mensenzoon met de val van de tempel wordt door Johannes naar buiten gebracht. Nu staat het evangelie op zichzelf, onafhankelijk van de joodse achtergrond. Zo brengt hij de incarnatie te binnen als de nieuwe tijdrekening en is hij open voor het gebeuren van Gods komst.
10. De wet van de vrijheid
“Als “de vier evangeliën” Zijn lippen waren, dan vormden de lippen zich doordat Mattheus de eerste stap nam, en daarmee Marcus motiveerde om naar het binnenste van het heiligdom te gaan, waarbij Marcus op zijn beurt Lucas motiveerde om de herinneringen van het verleden op te halen, en waarbij Lucas Johannes motiveerde om verder te bewegen naar de eeuwige kosmische plaats van de waarheid” (259). “Zij vernieuwden het kruis van de grammatica, waarover deze pagina’s zo vaak moesten spreken, door een grammatica van het kruis te vormen, waarin sterfelijke mensen er samen ontvankelijk voor zijn dat zij nog bezig zijn geschapen te worden, of vandaag op het kruispunt staan (259).”
“Nadat hij had getoond dat hij kon helen, regeren, onderrichten, zingen, wees hij deze allemaal af als niet goed genoeg” (268). Daarmee maakte hij zichzelf tot een nieuw begin. “Hij plaatste heel zijn leven van begin tot eind, en niet alleen op zijn laatste dag, tussen het verleden en ons tijdperk” (269).
“De crisis van vandaag gaat tussen het diepe verlangen enerzijds van ons allemaal om de denominaties achter ons te laten en de zeer hoge noodzaak om het schandaal en het belachelijke van het Kruis te belijden” (270).
“Wie leeft onder het kruis weet dat hij geen excuus heeft, niet met al zijn rationele, sociale, natuurlijke, fysische neigingen. Hij weet dat natuurlijk de mens een lafaard is, een conformist, gevormd en geconditioneerd. Maar na Christus, weet hij ook dat dit slechts de helft van het verhaal is.”
“Niet een van zijn daden kon door zijn tijdgenoten zo goed begrepen worden als door ons, die alle implicaties zien (271).”
“Jezus toonde dat alle woorden die voor hem gesproken waren hem hadden uitgedaagd, hem verordonneerd hebben werkelijk te worden en zijn bijzondere weg te gaan, in zoverre zij echt gebed, echt verlangen, echte profetie, vruchtbare verbeelding waren. Een zo bracht hij ze tot vervulling (273).” De vier evangeliën volgen elkaar op en vertellen zo heel de waarheid. Het is een gedicht verspreid over vier decaden.