Het kruis der werkelijkheid

“Dit is een cruciale situatie…!” – Het woord cruciaal in die uitdrukking betekent dat de betrokkene op een kruispunt staat. Je kunt verschillende richtingen uit. Met de uitdrukking “het kruis der werkelijkheid” is precies dat uitgedrukt: je kunt in je omgang met de werkelijkheid altijd vier richtingen uit. Kort gezegd: ben je de lijn aan het voortzetten die je altijd had – dan handel je uit gewoonte. Maar je kunt ook vernieuwen en een op nieuwe toekomst inzetten. Dan treedt er een breuk op en dat betekent dat je aan iets nieuws begint waar je zelf ook nog weet hoe je ermee om moet gaan. Je begeeft je dan op vreemd terrein. Je kunt ook vol zijn van iets wat voor jou zelf niet helemaal meer nieuw is, maar wordt ook nog niet voor iedereen gewoon geworden is – dan zoek je medestanders. Tenslotte kun je ook objectief met de dingen omgaan en de feiten vaststellen.

Anders gezegd: we zetten het verleden voort, we beginnen aan een nieuwe toekomst, we werven medestanders in een gemeenschappelijke binnenruimte, bezetten de buitenruimte naar onze hand.

We kunnen ook de metafoor van de seizoenen gebruiken.
De lente: iets nieuws begint, pril en onbestemd – de toekomst.
De zomer: het nieuwe breekt zich baan, wij werven medestanders – de gemeenschappelijke binnenruimte. We zouden ook kunnen zeggen: het heden. Een gemeenschappelijk heden betekent immers dat mensen aan elkaar gelijktijdig zijn en hetzelfde beleven. Zij verstaan elkaar. Heden en binnenruimte zijn hetzelfde.
De herfst: er kan geoogst worden, een fenomeen dat eerst nieuw was wordt nu gedragen door een hele gemeenschap. Het is tot gemeengoed geworden en zo al tot gemeenschappelijk verleden.
De winter: wat eerst nieuw was is nu tot vaste structuur geworden en geïnstitutionaliseerd. Je kunt het objectief vaststellen – buitenruimte dus.

We zien meteen dat het niet alleen om verschillende richtingen gaat, maar ook om fasen. Allebei is waar. Als een nieuw vraagstuk zich aandient worden we geconfronteerd met de toekomst en doorlopen we de fasen: toekomst – heden (binnen) – verleden – buiten. Tegelijkertijd staan wij toch steeds ook op een kruispunt. Wij kunnen bijvoorbeeld zozeer aan het verleden gehecht zijn dat wij een nieuw probleem ontkennen. Ondanks alle urgentie blijven wij op een oude spoor. We kunnen ook zozeer op het urgente problemen ingaan dat dit nieuwe probleem het enige vraagstuk op onze agenda is. Alsof alle bestaande verworvenheden er helemaal niet meer toe doen. Misschien moeten we dan maar beter het compromis zoeken en een gemeenschappelijk draagvlak. Dat lijkt veiliger. Maar een compromis kan eenvoudig ook bezijden de waarheid zijn. Een zogenaamd compromis kan teveel een voortzetting zijn van het verleden, of ook zo vernieuwend dat het geen draagvlak vindt. Het kan ook zijn dat het compromis niet past bij de werkelijkheid aan de buitenkant: je kunt geen dingen willen die eenvoudig niet kunnen. Aan de andere kant helpt het ook niet om je alleen maar aan de feiten te houden. Dat is alleen maar een vierde eenzijdigheid. Feiten zijn er wel, maar het zijn niet alleen eindpunten van vorige stappen, maar ook beginpunten van nieuwe. Dus is de vraag voortdurend: hoe zie je de feiten en vanuit welk perspectief? Kortom, de werkelijkheid is voortdurend in beweging. We hebben nooit een garantie dat we definitief goed zitten. In die zin is de werkelijkheid inderdaad een kruis. Voortdurend moeten we de vier richtingen van ons bestaan in een soort evenwicht zien te krijgen.

Vier polen, een grammaticaal gegeven

De term “kruis der werkelijkheid” is geijkt door Rosenstock-Huessy. Maar zijn eigenlijke bijdrage bestaat daarin dat hij deze vier polen van de werkelijkheid herleidt tot de grammatica. Of beter: hij heeft ontdekt dat van deze vier kanten van het bestaan in onze grammaticale vormen altijd al geweten hebben. Dat is impliciet het geval. Nu maakt zijn methode dat gegeven expliciet. Het is altijd impliciet gebleven doordat wij altijd rijtjes geleerd hebben die beginnen met “ik”. “Ik loop”, “jij loopt”, “hij loopt” enzovoort. Zo lijkt het alsof wij de werkwoordsvormen vervoegen en verbuigen. In werkelijkheid worden wij vervoegd en verbogen doordat wij met elkaar (moeten) spreken over de volgende stap in de tijd.

Imperatief

Inderdaad, wij moeten spreken. Wij hebben geen keuze. Een nieuwe situatie, een conflict, een onopgelost probleem, zij representeren een imperatief. Het zijn altijd eenlingen die voor het eerst een dergelijke imperatief articuleren en optreden. Waar niemand problemen zag was er een ingenieur die bijvoorbeeld al voorzag dat de aardgaswinning in Groningen tot verzakkingen zou leiden. Ook als zich kansen voordoen zijn het vaak eenlingen die die opmerken. De ingenieur die het idee opvatten oost en west in Amerika met spoorlijnen te verbinden is er niet rijk van geworden. Zulke initiatiefnemers worden daarom niet altijd gewaardeerd omdat ze tegen de stroom ingaan. In het kruis der werkelijkheid staat de imperatief aan de pool van de toekomst. Een nieuw probleem, een nieuwe opdracht, een nieuwe kans komt op ons af.

Conjunctief

In het Nederlands wordt de conjunctief weergegeven met “zou”: zou je willen meedoen? In de conjunctief suggereren we een mogelijkheid aan de ander en nodigen uit. We doen een voorstel. In het Engels betekent een voorstel doen, “to propose” ook ten huwelijk vragen. Conjunctief betekent letterlijk samenvoeging en daar zit ook het Latijnse woord voor huwelijk in. We proberen tot gemeenschappelijk verstaan van de werkelijkheid te komen en doen zo voorstellen en tegenvoorstellen.

Participatief

Het participium, het voltooid deelwoord geeft aan dat er een gemeenschappelijke weg afgelegd is en zo een gemeenschappelijk verleden gecreëerd. Wij hebben gestreden. Wij hebben gelopen. In gemeenschappelijk handelen ontstaat er ook pas een gemeenschap. Dat leidt tot een inzicht dat bijzonder van belang is in een tijd waarin een tekort aan gemeenschap ervaren wordt. Het organiseren van allerlei vrijblijvende activiteiten die mensen samenbrengen sticht geen gemeenschap. Een dergelijke gemeenschap verwaait even gemakkelijk als die bij elkaar kwam. Een gemeenschappelijke taak, waar mensen samen hun handen voor uit de mouwen steken, of een gemeenschappelijke crisis, die binden mensen echt aan elkaar.

Indicatief

De indicatief wijst feiten en toestanden aan. Daar staat een huis. De planten staan er droog bij. De fietsen staan nog buiten. Overigens zijn de laatste twee voorbeelden niet meer louter een constatering van een feit. De koffie is klaar! – Dat is een uitnodiging. Feiten, die aan het einde van de cyclus staan van imperatief – conjunctief – participatief – indicatief heropenen vaak ook die cyclus. Als wij verstarde toestanden zien, dan ondergaan wij dat gemakkelijk als een nieuw appel.

Het kruis der werkelijkheid en de werkelijkheid van het kruis

De werkelijkheid is kruisvormig. We staan altijd op een kruispunt. Dat is in alle culturen zo en altijd zo geweest. Het beste bewijs daarvan is dat de grammaticale vormen van de taal aan die verschillende gemoedstoestanden en temperamenten ook een eigen grammaticale vorm toebedeeld hebben. Wij drukken in de taal uit wat wij ervaren en daardoor ervaren wij ook pas (goed) wat wij ervaren. Het is zelfs zo dat wij vaak in de natuur denken terug te vinden wat we eigenlijk ontlenen aan onze ervaring met elkaar. De Griekse indeling in vier elementen vuur – lucht – water – stof laat niet alleen de vier aggregatietoestanden van de natuur zien, maar ze geven ook het ritme van de inspiratie aan:
Vuur: imperatief
Lucht: conjunctief
Water: participatief
Stof: indicatief
In de hitte van de nieuwe inspiratie begint een nieuw proces. Er wordt ruimte en lucht gecreëerd, en we kunnen weer adem halen, als we medestanders vinden. Als een gemeenschap gevestigd is ontstaat er een stroom in de goede richting. En uiteindelijk wordt de oorspronkelijke inspiratie tot vaste stof.

Toch is er aanleiding een verband te zien tussen het kruis der werkelijkheid en de werkelijkheid van het kruis: het kruis van Christus in het midden van de geschiedenis. Het bestaan verloopt ritmisch. We moeten allen telkens een bestaansvormen opgegeven om een nieuwe weg te openen. Zelfopoffering is de voorwaarde voor zelfontplooiing.